Pinterest Twitter Youtube Facebook Facebook Alt Instagram Mail RS Close Arrow Right Small Arrow Right Small Arrow Left Arrow Left Carret down Carret Left Carret Right Search Burger color Star Store Pin

T-Kid 170 Back to the roots

16.12.2018

T-Kid170 is een levende legende, een belangrijke pijler van de graffiticultuur. Hij komt uit de Bronx en heeft met zijn medestudenten uit het schildersatelier een ware levensstijl ontwikkeld, gebaseerd op actie en creatie.

Het begint met je schuilnaam op een muur in de wijk te plaatsen, daarna een fresco op een metrostel en dan is het een kwestie van geluk en wilskracht. Dat kan over de hele wereld als je je passie wil uitoefenen. T-Kid vertelt, 45 jaar als burner, wholecars, graffiti, fresco’s, muurschilderingen, …

T-Kid170 zit op Instagram: instagram.com/tkid170

Hoe was het om in de Bronx op te groeien als writer?

Het was geen kwestie van opgroeien als writer, ik was de hele tijd op straat. En in de Bronx in de jaren ’70 waren er veel problemen en bendes.

Toen ik jong was, deed ik kunstjes op de schommels in het park vlakbij mij thuis, en won ik een battle tegen een ander kind. Daarom noemden de oudsten mij King, King of the Swings [de koning van de schommel]. Op een dag tagde ik King 13 op een muur tegenover het park, en de jongens van de buurtbende kwamen naar me toe en zeiden: “Hé, jij tagt op ons terrein, je moet lid van de bende zijn om dat te doen. “Ik wist niet eens dat ze met terrein de buurt bedoelden! Ze vertelden me dat ze mijn kunstjes op de schommel zagen, en dat was cool, dus sloegen ze me niet in elkaar.

Dan begon ik als King 13 te schrijven in 1973, toen ik 13 was. Ik heb die naam een tijdje behouden, toen heb ik de bende verlaten. Ik heb als Sen102 in Spanish Harlem geschreven, samen met de Renegades van Harlem: Smokey, Dimond Dave, Danco. En met Sly108 van Savage Sumari zijn we een aantal goede vandalensessies gaan doen.

Ik ben twee jaar bij de Renegades gebleven en in 1977 werd ik met kogels beschoten. Toen heb ik beslist om de bendes definitief te verlaten. Ik vond graffiti erg leuk en dus heb ik voor de naam T-Kid gekozen om opnieuw te beginnen. Ze noemden me Big T omdat ik lang en stevig was, dus hield ik de T, en Kid omdat ik vaak de jongste was in de bendes. Dus T-Kid, en 170 naar de straat waar ik woonde.

Dankzij de graffiti kon ik van straat wegblijven. Ik ging graag in tunnels schilderen, en ik werd snel goed. Ik maakte volop burners, ik heb verschillende namen gehad: Dr. Bad, Wake5, Bro2, maar T-kid hebben de mensen onthouden. Op dat moment bestond mijn bemanning, TNB / The Nasty Boys, uit Peser, Mike-Dust, Joker-1, Rase die ook Cooper heette, La Rock…

In 1980 besloot ik een pauze te nemen, onder andere omdat er veel geweld heerste. Ik ben een jaar gestopt, en toen ik zag dat de graffiti in de de galerijen binnendrongen, was ik niet meer te houden. Ik werd gevraagd om te schilderen in de Sam Esses studio met Dondi, Zephyr, Futura, S-E 3 aka Sweet Eric aka Haze, Revolt, Ne aka Min-1, Case 2, Cos-207… Iedereen was er, dat was heel gek! Het was de eerste graffiticollectie, en ze was volledig.

Daarna nam ik deel aan het programma No More Trains, waar ik werkte met jonge mensen die gearresteerd waren toen ze in metrostellen aan het schilderen waren. Ik heb hen laten doen wat Positive community work [gemeenschapsdienst] heet. Ik werd betaald door Krylon en enkele grote bedrijven om de zuilengangen in 14th Street schoon te maken. Bovendien deed ik muren tegen betaling.

Dat heb ik een tijdje gedaan, maar ik werd terug aangetrokken door graffiti, en keerde terug naar de loodsen om metrostellen te schilderen. Ik gaf er op nieuw een lap op van 82 tot 85, I was killin’ it! Ik heb honderden nasty burners gemaakt, en het is toen dat ik mijn stijl heb vastgelegd. Je kan dat allemaal op internet en in mijn film terugvinden.

Ik had het geluk dat Henry Chalfant, die het boek Subway Art met Martha Cooper maakte, mijn werk volgde en er foto’s van maakte. En dat mensen in Engeland het zagen, vooral de graf die ik voor mijn vader maakte toen hij een hartaanval kreeg. Toen hebben ze me gevraagd om naar Londen te komen om een muur te schilderen voor het (audio)-cassettenmerk TDK, en zo ben ik met Europa in contact gekomen. Sindsdien kom ik elke keer terug als ik de kans krijg (glimlacht).

En was er op het vlak van graffiti concurrentie met andere wijken?

Pfffffff! De hele tijd! Daarom zijn graffiti zo groot en populair geworden. Graffiti is een kunst die tot zich tot iedereen richt, het is communicatie. Toen ik een T-Kid aan het maken was op een metrostel bij Ghost Yard [een mythische graffiti-plaats, een loods waar de metrostellen stonden], wist je nooit in welke richting ze reden: Queens, Manhattan… of Brooklyn, en toen zag mijn maatje Sonic hem voorbijrijden en meteen voelde hij de aandrang om op zijn beurt een metrostel onder handen te nemen. Als er een Sonic in de Bronx zou komen, zou me dat afschrikken en zou ik teruggaan.

Je kan personages, verschillende letters maken, maar graffiti betekent tenslotte toch nog steeds je naam op treinen aanbrengen. Het moet bewegen, je naam moet zich van het ene punt naar het andere verplaatsen. Iedereen was door dit roes bedwelmd: Dondi, Lee, jawel, Lee was de beste, vergeet het maar! Iedereen sprak over Dondi, hij was goed, maar eerlijk gezegd is hij doorgebroken omdat Martha Cooper veel foto’s van hem gemaakt heeft. The Fabulous Five Lee is echt een van de beste en niet Fab Five Freddy!

“New York houdt van graffiti,
het maakt deel uit van de cultuur van de stad”.

Hij is de held van de film Wild Style, toch?

Precies! Dat is hij. Niemand wist wat hij schreef, hij was heel discreet. Bovendien is het grappig omdat Charlie Aheam, die deze film maakte, hem Wild Style noemde omdat jongens als Zephyr een bepaalde stijl hadden, en men noemde die de Wild Style. Maar dat klopt niet.

Wild Style was de crew van Stacy168, een van de meesters van de graffiti en er waren ook nog Jimmy-Hahah, Bac, Chi-Chi 133… Ik weet nog wanneer Zephyr me vroeg om bij de crew te komen, dat Tracy tegen me zei: “Heeft hij een pistool? “En ik antwoordde hem:: “Nee,” en toen zei hij: “Fuck him! “. That was Tracy!

Kunt u ons, voor degenen die graffiti en graffititechnieken niet kennen, wat toelichting geven en uitleggen wat een burner, een wholecar … is

Aahhhhh… een burner is een stijl. Het is een ingewikkelde stijl met verweven letters. Je hebt de mechanische stijl, robot-, organische en bubble-stijl. Er is ook een kleurenspel en als de metro rijdt, is het opzichtig, daarom wordt het een burner genoemd. Wanneer de metro bij het perron aankomt, in de volle zon, is het boem, word je verblind!

Men spreekt over een wholecar, wanneer je een hele wagon schildert, van boven tot onder, van voor tot achter. Je hebt ook de window down, dat is wanneer je onder de ramen schildert. Je hebt verschillende soorten window down, zoals de end-to-end, van het begin tot het einde van de wagon. Je kan ook een one panel doen en bovenaan een throw-up plaatsen of hem taggen.

Hebben de ervaren aan de jongeren geleerd hoe ze graffiti moeten maken?

Tracy168 heeft mij graffiti leren maken en voor hem Pater Dos, die Jezus Cruz heette, hij ruste in vrede. Hij heeft me leren schilderen, hij liet zich inspireren door Tracy, maar vooral door Fase2, de peetvader van de graffiti, die alle stijlen heeft uitgevonden, van bubble tot mechanisch, hij is the man. Padre Dos is een afstammeling van deze man, hij leerde het vak door naar hem te kijken. Padre legde me uit hoe ik letters moest tekenen, waar ik pijlen moest plaatsen en vooral hoe ik ze moest combineren.

Toen ik Tracy in ’77 ontmoette, vertelde hij me dat ik stijl had en dat ik een goede graffitikunstenaar zou worden als ik doorging, hij zag iets in mij. Hij leerde me vooral hoe ik bommen moest prikken, de compositie en commerciële waarde van graffiti. Zij waren mijn leermeesters, Padre was mijn mentor.

Waren bommen jouw eerste materieel om te schilderen?

Markers waren mijn eerste werkinstrumenten. Pilot, Uni, Mini, Uni wide, daarna gebruikte ik bommen, en mijn favorieten waren de Red Devils … de crème … heel goed.

Krylon had veel kleuren, maar het was niet de beste verf, ze dekte niet genoeg, je moest eerst een laagje wit op voorhand aanbrengen.

Je had ook Rustoleum, maar die was niet gemakkelijk te vinden. Ze werkte goed met Gefen fat caps [aangepaste spuitkoppen om brede lijnen te verkrijgen, nadien werden er andere formaten ontworpen en verkocht]. Er waren toen geen spuitkoppen te koop: skinny, super skinny, phat… we moesten alles zelf uitvinden.

Als je over de metrostellen praat, word je erg emotioneel!

Dat is zeker waar ja… Ik heb dat meegemaakt, dat is mijn cultuur. Een trein doen, weet je, er is niets leuker ter wereld. Ik heb de graffiti “Breakdance” gemaakt, toen de wagon aankwam in het station van de 96th op lijn 2. We stonden op het perron, er was veel volk en de mensen applaudisseerden. Ik zweer het! Dat is een ongelooflijk moment. “New York houdt van graffiti, het maakt deel uit van de cultuur van de stad”.

Om het over iets anders te hebben, hoe ben je ertoe gekomen om workshops te verzorgen in Villiers-le-Bel in de 95?

Ik was aan het schilderen op de hekken op La Place in Châtelet, en een lerares kwam voorbij met haar klas. De kinderen wilden schilderen en ik gaf hen enkele tips. Toen de leerkracht dit zag, vroeg ze me om naar haar klas te komen om het hen te tonen. Kinderen houden enorm van graffiti en streetart, en ze willen zich uiten, zich laten gaan. Dat is niet gemakkelijk, want in Villiers-le-Bel zijn er heel wat problemen.

Maar het is hun leefwereld, en als je daar blijft hangen kan het misgaan. Ik heb hun deze boodschap gegeven: “Als je graag wil schilderen of dansen, kan je het ergens anders doen, en af en toe terug naar hier komen. “ We moeten ze een duwtje in de juiste richting geven.

 "We  hadden  altijd  een  camera  bijtoen  we  gingen  schilderen,  we  waren  gewoon  aan  het  filmen! 

U heeft een bijzondere relatie met Frankrijk…

Ik hou van Frankrijk! De eerste Franse graffitikunstenaar die ik aan het eind van de jaren ’80 in de Roxy’s ontmoette was Bando … Daarna ontmoette ik Mist die naar New York is gekomen. En in de jaren ’90 ontmoette ik de Mac crew: Kongo, Colorz en de anderen. Ze hebben me uitgenodigd om naar Parijs te komen voor het festival Kosmopolite, daarna heb ik ook Fafi en de crew uit Toulouse ontmoet. Frankrijk is mijn tweede thuis.

Hoe heb je hem ontmoet toen je naar Parijs kwam, waar je bij Wuze woonde?

Ah! We hebben elkaar ontmoet op het Gare Express, via een gemeenschappelijke vriend Yann, Lazoo. Ik heb zijn talent gezien, hij is goed, en bovendien kan hij goed met grafische software overweg. Dat is belangrijk vandaag de dag. Hij heeft voor mij zijn deur geopend, we werden vrienden, het is cool om bij iemand thuis te zijn, om samen met hem de stad te ontdekken.

En toen stelde hij me voor aan het personeel van Posca, het is echt cool, want het is niet altijd gemakkelijk om mensen te vinden in New York. Ik gebruik de Posca’s heel graag op doek, of om te tekenen op deze treinen [3D-wagons waarop hij schildert die in de Next Street Gallery tentoongesteld worden.]

Er is ook een documentaire over jou, The nasty terrible T-Kid, hoe komt dat?

Ik heb een boek uitgebracht in 2005, en toen ik aan het signeren was in Californië, ontmoette ik een zekere Carly van Love Machine films, een productiehuis. Hij heeft me geïnterviewd en doordat dat zo super is verlopen, hebben we tegen elkaar gezegd: waarom niet samen een film maken? Ik had veel foto’s uit die tijd, het was gemakkelijk te organiseren. Het is cool om je werk op volledig scherm te zien!

Dat is interessant omdat er heel veel documentatie is over de opkomende culturen in de Verenigde Staten. Er zijn veel archieven …

Ik heb veel spullen op video, op verschillende soorten tapes, en dan zeggen dat mijn ex-vrouw ze bijna had weggegooid! “We hadden altijd een camera bij toen we gingen schilderen, we waren gewoon aan het filmen! We dachten niet echt na over wat we ermee zouden doen.

Er zijn ook verzamelaars die het mogelijk maken om de werken te bewaren. Er zijn er een aantal die mijn werk volgen, wat me de mogelijkheid geeft om mijn schilderijen te organiseren en te classificeren. Het zijn heel verschillende mensen. Bovendien heeft een Wall Street-trader me voorgesteld aan mensen van de Radisson hotels. Ze willen dat ik hun lobby’s schilder. Ik ben er klaar voor!

Toen ik jong was, was ik hardcore. Nu wil ik betaald worden voor wat ik schilder, ik ben een stukje geschiedenis! Als mister Orange, Donald Trump, een schilderij wil, moet hij betalen! Ik wil gerust op de muur schilderen die hij wil bouwen tussen Mexico en de USA. Ik zal WELCOME schrijven! Welkom bij u!

Het advies van Posca
Ontdek de ondergronden die T-kid gebruikt
Ontdek andere artikels